|
Binnen uw voertuig zijn we voor een groot deel van de energiebehoefte afhankelijk van opgeslagen energie uit een accu. Uiteindelijk kunnen we daar van alles mee doen. Het gebruik van accu's strekt van het starten van de motor tot het maken van 220 Volt wisselspanning via een omvormer. De accu's dienen t.z.t. ook weer te worden geladen. Dat kan met een dynamo en vaak zelfs via een acculader en de landaansluiting. We kennen ook installaties met meerdere accu's. Onderstaand zullen we proberen de installatie in zijn algemeenheid toe te lichten. Derhalve gaan we het hebben over:
* De werking van de "wisselstroomdynamo" * Het gebruik van separate licht- en startaccu * Het laden van gescheiden accusets met scheidingsrelais' en/of diodenbrug. * Het gebruik van 220 Volt.
De Dynamo
Tegenwoordig wordt er veel gesproken over "wisselstroomdynamo's". Hierbij bedoelen we dan steeds de dynamo's die je over het algemeen aantreft: een dynamo die inwendig wisselspanning opwekt, welke in het achterste gedeelte van de alternator gelijkgericht met vermogensdioden. De regeling van de hoogte van de laadspanning vindt plaats met een -veelal elektronische- regelaar. Deze regelaar meet de waarde van de spanning en bepaalt of de koolborstels (lees:rotor) wel of geen spanning krijgen. De regelaar doet niets anders dan in- en uitschakelen. Het aantal malen in- en uitschakelen is -afhankelijk van de belasting- bepalend voor het handhaven van de ingestelde spanning.Bij volle accu's kan het voorkomen dat de laadregelaar wel een tienduizend maal per seconde schakelt.
Tijdens het draaien van de dynamo wordt een klein deel van de opgewekte stroom gelijkgericht in aparte dioden t.b.v. de rotor-bekrachtiging (de "velddioden"). Bij het opstarten van de dynamo is die stroom voor de velddioden er niet en zal die van buiten moeten worden aangevoerd. Dat gebeurt via het contactslot en een lampje als weerstand, het "laadstroomcontrolelampje". Bij het opstarten wordt via het laadstroom-controlelampje energie toegevoegd aan de rotor van de dynamo via de "D+" aansluiting. Als de dynamo een bepaald minimum toerental bereikt, zal er voldoende vermogen in de dynamo worden opgewekt om de energievoorziening van de koolborstels over te laten nemen door de velddioden. Het laadstroomcontrole-lampje gaat dan uit omdat het aan weerszijden een
nagenoeg gelijke spanning krijgt. U begrijpt nu dat het laadstroomcontrolelampje van cruciale betekenis is voor het functioneren van de dynamo. In volgorde van belangrijkheid geven we onderstaand aan waartoe het laadstroomlampje dient:
* het bekrachtigen van de rotorspoel tijdens het starten van de dynamo.
* indicatie wanneer de energieproductie begint.
* het aangeven van storingen in de dynamo.
Het laadstroomcontrolelampje moet een minimum grootte hebben om de juiste hoeveelheid energie voor de rotor te kunnen geven. Een lampje van 2-3 Watt is een minimum vereiste. Er zijn dynamo's met een ingebouwde regelaar en met een losse regelaar. De werking blijft in principe gelijk. Alle moderne Bosch-typen dynamo's met ingebouwde regelaar regelen de min van de toegevoerde spanning aan de rotor. Vrijwel alle overige merken en de Bosch dynamo's met losse regelaars regelen de plus van de toegevoerde spanning aan de rotor. Dit verschil lichten wij verderop toe i.v.m. het gebruik van scheidingsdioden.
Vragen? Bel de Energielijn: (0172) 65 07 37 |